gebeurd?”
Ryan keek me recht in de ogen.
“De stad heeft het verwoest.”
De woorden hadden een grote impact.
“Niemand geloofde haar.” Haar stem werd zachter. “Ik niet. Mijn moeder niet. Niemand.”
Ik voelde me ziek.
“We hebben haar een leugenaar genoemd.” Zijn blik rustte op het raam. “We hebben wel eens ergere dingen tegen haar gezegd.”
Voor het eerst sinds ik hem kende, leek Ryan zich oprecht te schamen voor de persoon die hij ooit was geweest.
“Ik was nog maar een kind,” zei hij. “Maar dat is geen